Woord en Communie viering 23-08-2020

Voorganger Han Hartog

Lezingen tijdens de viering:

EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

EERSTE LEZING Jes., 22, 19-23

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer tot Shebna, de overste van de tempel: “Ik zal u van uw post verjagen en u stoten uit uw ambt. En dan zal Ik mijn dienaar roepen, Eljakim, de zoon van Chilkia, en hem bekleden met uw gewaad, hem tooien met uw sjerp en aan hem uw taak in handen geven. Hij zal een vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda. De sleutel van Davids huis zal Ik op zijn schouder leggen, en als hij opendoet, zal niemand sluiten, en als hij sluit, zal niemand open­doen. Ik zal hem vastslaan als een spijker op een stevige plek, en hij wordt een erezetel voor het huis van zijn vader.” Zo spreekt de almachti­ge Heer.

TUSSENZANG     Ps. 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 6 en 8bc.

REFREIN: Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde: vergeet het maaksel van uw handen niet!

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart, omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.

Ik zing voor U en alle hemelmachten en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld.

Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

Waarlijk verheven is de Heer, die let op de geringe, maar op de trotsen neerziet van omhoog.

Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet.

TWEEDE LEZING Rom.,11, 33-36

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgronde­lijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kent de gedachte des Heren ? Wie is zijn raadsman geweest? Wie kan vergoe­ding eisen voor wat hij God heeft gegeven? Want uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen. Hem zij de glorie in eeuwigheid! Amen.

ALLELUIA   Mt., 16, 18

Alleluia. Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Alleluia.

EVANGELIE         Mt., 16, 13-20

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Zij antwoordden: “Sommigen zeggen Johan­nes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profe­ten.” “Maar gij – sprak Hij tot hen -, wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam: “Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.” Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.

Dit bericht is geplaatst in Vieringen. Bookmark de permalink.